Toen ik me ging verdiepen in de leertheorie en écht ging begrijpen hoe een paard leert, maakte dat mijn trainingen zoveel leuker, makkelijker en logischer. Ik kon veel beter en sneller plaatsen waarom Torra zich in bepaalde situaties gedroeg zoals ze deed en waarom sommige oefeningen maar niet lukten. Continu zag ik welke leerprocessen bij haar gaande waren. Hoe ze leerde, wat gedrag in stand hield en wat het juist deed afnemen. Superleuk en interessant, maar vooral ook handig omdat ik nu beter wist hoe ik de training aan kon pakken! Ik merkte meteen dat onze trainingen daardoor effectiever en leuker werden.
Paarden hebben, net als wij, verschillende manieren om informatie te verwerken en te leren. In deze blog duik ik er in, zodat ook jij beter gaat begrijpen hoe het brein van een paard werkt. En natuurlijk hoe je meer uit je trainingen kunt halen!
De twee hoofdcategorieën van leren
De verschillende manieren waarop paarden leren, zijn onder te verdelen in twee hoofdcategorieën: associatief en niet-associatief leren. Beide bevatten verschillende vormen; in deze blog bespreek ik associatief leren en de vormen die hieronder vallen.
Als paardentrainer maken we enorm veel gebruik van “associatief leren”. Maar eigenlijk gebeurt het de hele dag door. Continu leren dieren (en mensen) door een verband te leggen tussen twee prikkels of tussen een prikkel en een respons. Operante en klassieke conditionering zijn hier twee belangrijke vormen van.
Operante conditionering is een leerproces dat veelal werd bestudeerd door de psycholoog B.F. Skinner. Hij is vooral bekend om zijn experimenten met de Skinner-box, waarin hij aantoonde hoe dieren gedrag aanleren door beloning en straf.
Operante conditionering houdt in dat het gedrag van een paard wordt beïnvloed door de gevolgen die volgen op dat gedrag. Het gevolg dat volgt op het gedrag bepaalt of het gedrag van een paard zich in de toekomst zal herhalen of juist niet.
Operante conditionering bestaat uit vier verschillende leerprocessen die onder te verdelen zijn in belonen en straffen. Zowel belonen als straffen kan op twee manieren plaatsvinden en wordt in de leertheorie aangeduid met positief en negatief. Ik kan me voorstellen dat je nu denkt, huh? Wat kan er positief zijn aan straffen? Maar de woorden hebben in deze context een andere betekenis. Met positief wordt bedoeld het toevoegen van een prikkel en met negatief wordt bedoeld het wegnemen van een prikkel.
Belonen
Om een paard iets aan te leren, moeten we ervoor zorgen dat het gemotiveerd raakt om het gedrag dat we willen zien, te herhalen. Dit doen we door het gedrag te bekrachtigen, en dat kan op twee verschillende manieren.
- Door middel van positieve bekrachtiging: dit is een leerproces waarbij gewenst gedrag wordt versterkt door iets aangenaams te laten volgen op het gedrag.
Bijvoorbeeld: je houdt een targetstick voor je paard, je paard loopt naar de target toe en je geeft hem een voertje of kriebels.
- Of door middel van negatieve bekrachtiging: dit is een leerproces waarbij een onaangename prikkel wordt weggenomen als gevolg van het gedrag, waardoor het gedrag wordt versterkt en zich in de toekomst zal herhalen.
Bijvoorbeeld: je zet druk op het touw om je paard naar voren te laten lopen, waarbij je de druk van het touw afhaalt zodra je paard gaat lopen.
Negatieve bekrachtiging valt onder belonen omdat het gedrag toeneemt. Echter, een beloning is een aangename consequentie die volgt op gedrag waardoor het gedrag wordt versterkt. Terwijl negatieve bekrachtiging een onaangename prikkel wegneemt om het gedrag te versterken.
De motivatie van het paard om gedrag uit te voeren, is in beide gevallen dus anders. Bij negatieve bekrachtiging voert het paard gedrag uit om een onaangename prikkel te vermijden of te stoppen.
Waar het paard bij positieve bekrachtiging het gedrag uitvoert om een aangename prikkel te krijgen.
Straffen
Positieve en negatieve bekrachtiging zorgen er dus voor dat gedrag zich in de toekomst herhaalt.
De andere twee vormen van operante conditionering, straffen, zorgen ervoor dat gedrag verdwijnt en zich niet herhaalt. Straffen kan op twee verschillende manieren.
- Door een onaangename prikkel na het gedrag toe te voegen. Dit zorgt ervoor zorgt dat gedrag afneemt en zich in de toekomst niet (of minder snel) zal herhalen. Een voorbeeld hiervan is een tik met de zweep wanneer je paard bokt om hem het bokken af te leren. Deze manier van straffen heet positief straffen.
- Of door een aangename prikkel na het gedrag weg te nemen om zo te zorgen dat ongewenst gedrag wordt afgeleerd. We noemen dit negatief straffen.
Een voorbeeld hiervan is het paard zijn voer afnemen wanneer hij boos kijkt naar een ander paard.

Deze afbeelding illustreert de vier verschillende manieren waarop een paard leert via operante conditionering. De afbeelding is gemaakt door collega Janneke Koekhoven.
Deze leerprocessen zijn continu in het brein gaande, ook wanneer we niet aan het trainen zijn. Denk maar eens aan het paard dat met zijn neus tegen het schrikdraad aankomt en een schok krijgt. De volgende keer laat hij het wel uit zijn hoofd om in de buurt te komen. Het paard is door het schrikdraad positief gestraft, waardoor het gedrag “bij het draad in de buurt komen” afgeleerd wordt.
Klassieke conditionering
Operante conditionering is dus één vorm van associatief leren. De andere vorm, waar we tijdens clickertraining veel gebruik van maken, is klassieke conditionering. Klassieke conditionering is een leerproces waarbij een paard een nieuwe associatie vormt tussen een neutrale prikkel en een betekenisvolle prikkel.
Voorbeeld: de clicker is in eerste instantie een neutraal geluid voor het paard. Als je telkens clickt voordat je een voertje geeft, raakt de clicker geassocieerd met het voertje. Zodra de clicker is gekoppeld aan het voertje, zal je paard positieve emoties tonen bij het horen van de click. Dit gebeurt zelfs als er geen voer in zicht is omdat de click, een geconditioneerde prikkel is geworden, die een geconditioneerde respons oproept. De clicker voorspelt het krijgen van een voertje en is daardoor gekoppeld aan positieve emoties.
Klassieke conditionering en negatieve associaties
Hierboven heb ik een voorbeeld van klassieke conditionering uitgelegd waarbij het paard een positieve associatie legt. Klassieke conditionering kan ook de andere kant op werken: het paard legt een negatieve associatie met een voorheen neutrale prikkel.
Zo was ik Nangee, mijn eerste paard, eens aan het borstelen en waren de borstels blijkbaar statisch geladen. Op het moment dat ik haar met de borstel aanraakte, kreeg zij een schok. Dit gebeurde een paar keer achter elkaar in korte tijd. De volgende keer dat ze mijn poetstas zag, begon ze met grote neusgaten te blazen en zich weg te draaien. De borstels waren gekoppeld geraakt aan het krijgen van een schok. Ze had geleerd dat de aanwezigheid van de borstels de negatieve ervaring aankondigde, wat resulteerde in angst en vermijdingsgedrag. Klassieke conditionering had ervoor gezorgd dat Nangee angst had ontwikkeld om geborsteld te worden, iets dat voorheen nooit een probleem voor haar was! Het was zo sneu om te zien…
Helaas kunnen we dit soort dingen niet altijd voorkomen, maar gelukkig kun je door middel van counterconditioning de negatieve associatie wel weer ombuigen naar een positieve associatie.
Wat is counterconditionering
Counterconditionering is een vorm van klassieke conditionering die er stapsgewijs voor zorgt dat emoties van angst en spanning vervangen worden door positieve emoties. Je doet dit door de prikkel waar de negatieve associatie (poetstas/borstels in het geval van Nangee) op zit systematisch te koppelen aan een fijne prikkel (voer). Als je dit in de juiste volgorde doet, wordt de negatieve prikkel (poetstas/borstels) een voorspeller van de positieve prikkel (voer), waardoor deze gekoppeld raakt aan fijne emoties en de negatieve associatie vervangen wordt door een positieve.
Wat is belangrijk bij counterconditioning?
Twee dingen zijn belangrijk om het proces van counterconditioning te laten slagen: de volgorde van het presenteren van de prikkels en het trainen onder het stressniveau van het paard.
Het is belangrijk dat je eerst de prikkel waar de negatieve associatie op zit presenteert en daarna de positieve prikkel toevoegt, zodat de negatieve prikkel de positieve prikkel gaat voorspellen. Wanneer je de volgorde omdraait, dus eerst een voertje (positieve prikkel) geeft en daarna de poetstas (negatieve prikkel) presenteert, wordt het voertje een voorspeller van de poetstas en zal het voertje een negatieve associatie krijgen.
Daarnaast is het essentieel dat je de training zo indeelt dat je paard geen stress ervaart als je de negatieve prikkel presenteert. Dat betekent dat je in je training rekening moet houden met:
- Afstand: Zorg dat je de prikkel op voldoende afstand presenteert, zodat je paard deze wel signaleert maar er geen spanning door opbouwt. Laat de poetstas bijvoorbeeld eerst op 5 meter afstand zien en bouw dit in kleine stapjes op.
- Intensiteit: Begin met borstelen op een makkelijk lichaamsdeel en werk stapje voor stapje toe naar een moeilijker lichaamsdeel.
- Duur: Bouw de duur van de handeling rustig op. Borstel niet meteen een hele kant van je paard, maar begin kort en bouw dit stapsgewijs op.
Wanneer je de prikkel te dichtbij, te hard of te lang presenteert, komt je paard in een gespannen gemoedstoestand. De hersenen zijn dan niet in staat om positieve associaties leggen. Presenteer de negatieve prikkel dus heel laagdrempelig en bouw dit systematisch in kleine stapjes uit.
Het voordeel van counterconditioning is dat we een gedragsprobleem weg trainen, en tegelijkertijd ook werken aan de emotie die aan het gedrag gekoppeld zit. Het paard leert zich dus niet alleen correct te gedragen, maar gaat zich ook helemaal oké voelen met de handeling. Dit zorgt ervoor dat de kans op terugvallen in ongewenst gedrag veel kleiner is.
Een beetje hulp nodig?
Nu je beter begrijpt hoe een paard leert, gaan je trainingen een stuk makkelijker en vooral ook leuker worden! Mocht jou nou toch nog regelmatig vastlopen download dan mijn E-book “Get back on Track” eens. Dit e-book bevat een uitgebreide checklist die je na kunt lopen om zo inzicht te krijgen in verschillende oorzaken waarop je training vast kan lopen. Natuurlijk geef ik je ook handvatten voor oplossingen om snel weer terug in die fijne trainingsflow te komen!

0 reacties